Lees de Bijbel in 1 jaar

www.leesdebijbelin1jaar.nl

Job 38-39

Gods antwoord aan Job
38
1 En de HEER antwoordde Job vanuit een storm. Hij zei:
2 ‘Wie is het die mijn besluit bedekt
onder woorden vol onverstand?
3 Sta op, Job, wapen je;
ik zal je ondervragen, zeg mij wat je weet.
4 Waar was jij toen ik de aarde grondvestte?
Vertel het me, als je zoveel weet.
5 Wie stelde haar grenzen vast? Jij weet dat toch?
Wie strekte het meetlint over haar uit?
6 Waar zijn haar sokkels verankerd,
wie heeft haar hoeksteen gelegd,
7 terwijl de morgensterren samen jubelden
en Gods zonen het uitschreeuwden van vreugde?
8 En wie sloot de zee af met een deur,
toen ze uit de schoot van de aarde brak?
9 Ik hulde haar in een gewaad van wolken
en omwond haar met donkere nevels.
10 Ik legde haar mijn grenzen op
en sloot haar af met deur en grendelbalk,
11 en zei: “Tot hiertoe en niet verder,
dit is de grens die ik je trotse golven stel.”
12 Heb jij ooit de morgen ontboden,
de dageraad zijn plaats gewezen,
13 om de uiteinden van de aarde te pakken
en de goddelozen van haar af te schudden?
14 Als klei waarin een zegel wordt gedrukt, zo krijgt de aarde vorm,
haar oppervlak wordt gedrapeerd als een kleed.
15 Alleen de goddelozen blijven verstoken van het licht,
hun opgeheven arm wordt gebroken.

16 Betrad jij ooit de plaats waar de zee opwelt,
heb jij over haar diepste bodem gewandeld?
17 Zijn de poorten van de dood aan jou getoond,
de deuren van het diepste donker – heb je die gezien?
18 Kun jij de aarde in haar volle uitgestrektheid bevatten?
Vertel het, als je het allemaal weet!
19 Waar is de weg naar de oorsprong van het licht,
en de plaats van het donker – is die jou bekend,
20 zodat je het naar zijn gebied kunt voeren
en het pad naar zijn huis kunt vinden?
21 Jij weet dat vast, want jij werd toen geboren,
zo veel jaren liggen achter je!
22 Ken je de voorraadkamers van de sneeuw,
heb je de voorraadkamers van de hagel gezien,
23 die ik heb aangelegd voor tijden van nood,
voor dagen van oorlog en strijd?
24 Hoe kom je op de plaats van waar het licht verspreid wordt,
van waar de oostenwind over de aarde uitwaait?
25 Wie heeft de geulen gekliefd voor de stromen,
de weg voor donder en bliksem gebaand,
26 zodat de regen neervalt op de onbewoonde aarde,
op de woestijn waar geen mensen leven,
27 en wildernis en woestenij doordrenkt raken
en er overal jong gras opschiet?
28 Heeft de regen een vader?
Wie brengt de dauwdruppels voort?
29 Uit welke schoot wordt het ijs geboren,
wie baart de rijp van de hemel,
30 wanneer de wateren stollen, hard als steen,
wanneer het oppervlak van de zee bevroren raakt?
31 Kun jij de Plejaden aan banden leggen
of de ketenen van Orion losmaken?
32 Kun jij de dierenriem op tijd laten schijnen
en de Grote Beer met haar jongen de weg wijzen?
33 Ken jij de wetten van de hemel,
kun jij jouw orde aan de aarde opleggen?
34 Kan jouw stem de wolken bevelen
om je met hun regenvloed te bedekken?
35 Kun jij de bliksems uitsturen,
zullen ze jou zeggen: “Wij staan klaar”?
36 Wie heeft de ibis zijn wijsheid gegeven,
van wie heeft de haan zijn inzicht gekregen?
37 Wie is in staat om de wolken te schikken,
en de kruiken van de hemel – wie kan ze kantelen,
38 zodat het stof op aarde stolt
en in kluiten samenklontert?
39 Kun
(38:39-41) In sommige vertalingen zijn deze verzen genummerd als 39:1-3.
jij voor de leeuw op prooi jagen
en de honger van de welpen stillen,
40 wanneer ze weggedoken zitten in hun holen,
of op de loer liggen onder een dak van bladeren?
41 Wie verschaft de raaf zijn voedsel,
wanneer zijn jongen God aanroepen,
wanneer ze zonder voedsel rondzwerven?

39
1 Weet
(39:1-30) In sommige vertalingen zijn deze verzen genummerd als 39:4-33.
jij wanneer de berggeit moet werpen?
Ben jij getuige van de weeën van de hinde?
2 Kun jij de maanden tellen dat ze moet dragen,
weet jij wanneer ze moet baren,
3 wanneer ze hurkt om te jongen,
om van haar kalveren verlost te worden?
4 Haar kroost wordt sterk en groeit op in het vrije veld,
dan gaat het weg en het komt niet meer terug.
5 Wie heeft de wilde ezel zijn vrijheid gegeven,
wie heeft de balker van zijn banden bevrijd?
6 Ik laat hem wonen in de wildernis,
de zoutvlakte is zijn domein.
7 Hij spot met het lawaai van de stad,
het geschreeuw van de drijvers hoort hij niet.
8 Hij stroopt de bergen af, zijn weidegronden,
hij speurt naar ieder stukje groen.
9 Zou de wilde stier bereid zijn jou te dienen,
zou hij willen overnachten bij je voederbak?
10 Kun jij hem met een touw voren laten trekken,
zou hij achter jou de dalgrond eggen?
11 Kun je op hem vertrouwen, zo sterk als hij is,
en aan hem het werk overlaten?
12 Ben jij er zeker van dat hij binnenhaalt
wat jij gezaaid hebt en het naar de dorsvloer brengt?

13 Het struisvogelvrouwtje staat vrolijk te klapwieken,
maar met haar slagpennen en veren is zij nog geen ooievaar.
14 Ze legt haar eieren op de grond
en laat haar legsel door het zand verwarmen;
15 ze vergeet dat een voet het kan breken,
dat een wild dier het kan vertrappen.
16 Ze is hard voor haar jongen, alsof ze niet van haar zijn,
onverschillig of haar moeite misschien voor niets geweest is,
17 want God heeft haar elk inzicht onthouden
en haar niet met wijsheid begiftigd.
18 Maar wanneer ze opspringt en wegsnelt,
lacht ze paard en ruiter uit.
19 Geef jij het paard zijn kracht?
Bekleed jij zijn nek met welige manen?
20 Laat jij hem voorwaarts springen als een sprinkhaan,
terwijl zijn geweldige briesen angst aanjaagt?
21 Van vreugde schraapt hij de grond in het dal;
fier rukt hij uit, de strijd tegemoet.
22 Hij spot met het gevaar, niets maakt hem bang;
hij deinst niet terug voor het zwaard.
23 Pijlen schieten hem voorbij,
speren en lansen flitsen langs hem heen.
24 Driftig stampend woelt hij de grond om,
onbeteugelbaar wanneer de hoorn eenmaal schalt.
25 Bij elke stoot van de trompet roept hij “Aaah!” –
hij ruikt de oorlog van verre,
hoort het getier van de aanvoerders, de kreten.
26 Is het aan jouw wijsheid te danken dat de valk opstijgt
en zijn vleugels spreidt om zuidwaarts te trekken?
27 Vliegt de gier weg als jij hem beveelt,
om zijn nest hoog in de bergen te bouwen,
28 op een rots waar hij woont en overnacht,
op een richel, een onbereikbare piek?
29 Van daar spiedt hij naar prooi,
zijn oog speurt in de verste verten.
30 Zijn jongen slurpen bloed;
waar gevallenen liggen, daar is hij.’

De Nieuwe Bijbelvertaling, overgenomen met toestemming van: www.biblija.net
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap


Bookmark and Share

4 reacties:

Miss Littlebean 14 oktober 2009 om 16:46  

Oah...! Alhoewel ik vrij weinig van het boek Job heb begrepen, was ik opgelucht God's reactie te lezen, kon 't ook niet laten het bijbelboek vervolgens uit te lezen! God's reactie is ZO majusteus.... daar word ik stil van... Het mooiste vind ik gewoon hoe hij ál die betogen van Job en z'n matties keihard DIST en gewoon zegt: "Jongens, doe nou n's ff normaal, Ik ben GOD! Wie zijn jullie om een grote mond tegen Mij te hebben, en net te doen alsof jullie ook maar íets aan recht hebben om jezelf te kunnen rechtvaardigen...?!" (fantastisch!) Wat hebben we toch een GROTE God :)

En denk dat we af en toe gerust wat van de Joodse nederigheid en eerbied mogen leren...! Soms denk ik wel n's; we hebben het ons zó aangeleerd om God als persoonlijke God die heel dichtbij is te ervaren. Dat we hem ook echt als onze buurman of wat dan ook behandelen...met alle disrespect op zijn tijd daarbij inclusief. Ik bedoel, je mag gerust boos zijn op God, maar doe dat dan met respect...want uiteindelijk ís Hij groter en sterker, überhaubt dé Grootste en Sterkste! En als Jezus niet voor ons was gestorven, hadden wij niet eens in zijn aanwezigheid kúnnen komen, simpelweg omdat we mensen zijn. Maar nu dat we in Gods aanwezigheid kúnnen komen, behandelen we dit voorrecht ook meteen als ticket om dit heilige der heiligen als woonkamer te beschouwen... Nou vind God dat vast kei gezellig enzo, maar als je eerlijk kijkt naar hoe wij ons af en toe in Zijn (allerheiligste) aanwezigheid gedragen...dan denk ik dat we best nog wel wat kunnen verbeteren.
Klein voorbeeld: bij je opa en oma gedraag je je ook anders dan bij je ouders thuis, waarom? Heb je respect voor ze? Wil je ze niet overbelasten of irriteren? Of wat dan ook. Nou, geldt dat dan ook niet voor God? Alhoewel je jezelf kan en mag zijn bij hem...is Hij het dan niet waard dat wij Hem toch stiekem met de nodige eerbied en respect benaderen?

Unknown 14 oktober 2009 om 21:06  

Leuke post :D

Niek 15 oktober 2009 om 11:53  

Jah precies dat viel mij ook op...
Job en die vrienden die zitten natuurlijk allemaal te wachten dat god hun het verlossende antwoord gaat geven. En vervolgens zegt god zoiets van ik ben de almachtige god die alles heeft gemaakt en alles weet... dus kom niet stoer doen...

Soms vraag ik me ook wel eens af hoe het nou zit met het lijden in de wereld en waarom er zoveel ellende is en waarom god niet gelijk ervoor heeft gezorgt dat het zo is als het in de nieuwe hemel/aarde zal zijn...?? En dan lees ik dat stuk uit job en begrijp ik dat God God is en dat wat hij ook doet... het is rechtvaardig en goed!!

Over dat respect ben ik het inderdaad met je eens. Maar ik denk niet dat je de vergelijking kan maken naar je aardse opa & oma...
Ik denk dat god een god is waarmee je een nog diepere relatie kan hebben dan bijvoorbeeld naar je ouders toe en tegelijkertijd kun je gewoon een enorm ontzag en respect hebben naar god toe. Die twee gaan gewoon samen met elkaar.

Respect gaat veel verder dan beleefdheid... Respect houd in dat je die andere respecteerd en in zijn waarde laat. Ik respecteer god om het feit dat hij zoveel voor ons doet en om het feit dat hij het is die alles in zijn hand heeft. Tijdens aanbidding heb ik heel vaak dat ik er echt voor kies om god gewoon te eren omdat hij die eer verdient en omdat hij god is. Op zo'n moment is het god die op zijn troon zit en ik die als een nederige dienaar die voor hem neerknielt. En soms komt er na een tijdje dan een punt waar God me bij hem roept en ik dicht bij hem mag zijn...

Ik denk dat het gewoon een kwestie is van een juiste balans hebben tussen die twee... Aan de ene kant god op zijn troon en jij als nederige dienaar en aan de andere kant het intieme samen zijn.

Miss Littlebean 15 oktober 2009 om 13:27  

Indeed indeed, je hebt wel gelijk hoor wat die vergelijking betreft. Denk dat ik ook een beetje wou provoceren om jullie aan 't denken te zetten. Maar goed, volgens mij is dat wel een beetje gelukt ;)

Een reactie posten

About this blog



De Bijbel is niet een boek wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft afgespeeld. Deze blog kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen. Door dagelijks het gedeelte te lezen wat op deze blog staat aan de hand van een chronologisch rooster, lees je in 1 jaar de hele Bijbel.

Vanaf 1 oktober 2009 wordt er elke dag om 00:01 uur Nederlandse tijd een Bijbel gedeelte op deze blog geplaatst, zodat je in chronologische volgorde jouw eigen Bijbel kunt lezen. Je kunt de Bijbel ook online lezen.

Als je op een andere datum wil starten, klik dan hier.

"Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust."
2 Timoteus 3:16

De Bijbel



De Bijbel bestaat uit een reeks aparte boeken en geschriften van verschillende lengte en stijl in verhalende vorm, in proza en poëzie, die over een periode van ongeveer duizend jaar geschreven zijn door een veertigtal verschillende auteurs.

Sommige werken in de Bijbel, zoals Hooglied, Job en delen van Jesaja worden zelfs tot de wereldliteratuur gerekend.

Wanneer lees jij de Bijbel?

Blog Statistieken


free counters

Recente reacties