Lees de Bijbel in 1 jaar

www.leesdebijbelin1jaar.nl

Leviticus 22-23

Voorschriften en bepalingen omtrent de heilige gaven
22
1 De HEER zei tegen Mozes: 2 ‘Zeg tegen Aäron en zijn zonen dat zij op gepaste wijze moeten omgaan met de heilige gaven die de Israëlieten aan mij afstaan, opdat ze mijn heilige naam niet ontwijden. Ik ben de HEER. 3 Zeg tegen hen: “Wanneer een van jullie nakomelingen in onreine toestand in de nabijheid komt van de heilige gaven die de Israëlieten aan de HEER hebben afgestaan, zal hij van omgang met mij worden uitgesloten. Dit geldt voor alle komende generaties. Ik ben de HEER. 4 Wanneer een van de nakomelingen van Aäron aan huidvraat of een geslachtsziekte lijdt, mag hij niet van de heilige offergaven eten tot hij weer rein is. En wie mensen of dingen heeft aangeraakt die door aanraking met een lijk onrein geworden zijn, wie een zaadlozing heeft gehad, 5 wie in aanraking is geweest met een kruipend dier dat onreinheid veroorzaakt of met een persoon die onreinheid veroorzaakt, van welke aard die onreinheid ook is, 6 zo iemand is tot de avond onrein en mag niet van de heilige gaven eten voor hij zijn lichaam met water heeft gewassen. 7 Pas als de zon ondergaat is hij weer rein en mag hij eten van de heilige gaven, want daar moet hij van leven. 8 De nakomelingen van Aäron mogen zich niet verontreinigen door dieren te eten die een natuurlijke dood gestorven zijn of zijn doodgebeten. Ik ben de HEER. 9 Ze moeten zich houden aan hun verplichtingen tegenover mij en mogen op dit punt niet zondigen, want als ze wat heilig is ontwijden, zullen ze sterven. Ik ben de HEER, ik heilig hen.
10 Wie niet tot de priesterfamilie behoort, mag niet van de heilige gaven eten. Iemand die bij een priester te gast is of bij hem in loondienst is, mag er niet van eten. 11 Maar wanneer een priester iemand als slaaf heeft gekocht, mag die er wel van eten. Ook allen die in zijn huishouden geboren zijn, mogen van het priestervoedsel eten. 12 Als de dochter van een priester getrouwd is met een man die niet tot de priesterfamilie behoort, mag ze niet eten van de heilige gaven die de Israëlieten afdragen. 13 Maar als die dochter weduwe wordt of verstoten wordt zonder dat ze kinderen heeft gekregen, en dus weer in het huishouden van haar vader wordt opgenomen, zoals toen ze nog een meisje was, mag ze wel van het voedsel van haar vader eten. Maar niemand van buiten de priesterfamilie mag ervan eten. 14 Wanneer iemand anders per vergissing toch van de heilige gaven eet, moet hij dat aan de priester vergoeden, vermeerderd met een vijfde. 15 De priesters mogen de heilige gaven die de Israëlieten aan de HEER schenken niet ontwijden 16 en geen schuld op het volk laden door het van de heilige gaven te laten eten, want ik, de HEER, heb het geheiligd.”’
17 De HEER zei tegen Mozes: 18 ‘Zeg tegen Aäron en zijn zonen en tegen alle Israëlieten: “Wanneer een geboren Israëliet of een vreemdeling een offer aanbiedt, hetzij ter nakoming van een gelofte hetzij als vrijwillige gave, en het dier wordt als brandoffer aan de HEER aangeboden, 19 dan moet hij, wil het offer aanvaard worden, daarvoor een mannelijk dier nemen zonder enig gebrek, en wel een rund, een schaap of een geit. 20 Dieren met een gebrek mogen niet als offer worden aangeboden; ze zullen niet worden aanvaard. 21 Wanneer iemand een dier als vredeoffer voor de HEER wil slachten, ter nakoming van een gelofte of als vrijwillige gave, moet het een rund, een schaap of een geit zijn zonder enig gebrek, anders zal het niet worden aanvaard. 22 Dieren die blind zijn, vergroeide poten hebben of anderszins verminkt zijn, of etterende wonden, zweren of huiduitslag hebben, mogen niet aan de HEER worden aangeboden. Zulke dieren mogen niet als offergave op het altaar aan de HEER worden opgedragen. 23 Dieren met te lange of te korte poten mogen wel worden geofferd als vrijwillige gave, maar als gelofteoffer zullen ze niet worden aanvaard. 24 Een dier waarvan de zaadballen zijn afgekneld, verpletterd, afgescheurd of afgesneden mag niet aan de HEER worden aangeboden. Dergelijke praktijken zijn bij jullie verboden 25 en ook van vreemdelingen mag je zulke dieren niet aannemen om ze als voedsel aan jullie God aan te bieden, want ze zijn verminkt. Ze hebben een gebrek en zullen daarom niet als offer aanvaard worden.”’
26 De HEER zei tegen Mozes: 27 ‘Het jong van een rund, een schaap of een geit moet na zijn geboorte minstens zeven dagen bij zijn moeder blijven. Pas als het acht dagen of ouder is zal het als offergave voor de HEER worden aanvaard. 28 Een rund, schaap of geit mag niet worden geslacht op dezelfde dag als een eigen jong. 29 Wanneer jullie een dankoffer voor de HEER slachten, moeten jullie, wil het offer worden aanvaard, 30 het vlees op diezelfde dag eten, het mag niet tot de volgende dag bewaard worden. Ik ben de HEER.
31 Houd je aan mijn voorschriften en leef ze na. Ik ben de HEER. 32 Doen jullie dat niet, dan ontwijden jullie mijn heilige naam en moet ik mijn heiligheid tegenover jullie bewijzen. Ik ben de HEER, ik heilig jullie. 33 Ik ben het die jullie uit Egypte heeft weggeleid om jullie God te zijn. Ik ben de HEER.’

Feestdagen
23
1 De HEER zei tegen Mozes: 2 ‘Zeg tegen de Israëlieten: “Dit zijn de hoogtijdagen van de HEER, die je als heilige dagen samen moet vieren. Dit zijn mijn hoogtijdagen:
3 Zes dagen kun je werken, maar de zevende dag is het sabbat, een dag van volstrekte rust, die je als heilige dag samen moet vieren. Je mag die dag geen enkele bezigheid verrichten. Waar je ook woont, het moet een rustdag zijn die aan de HEER gewijd is.
4 Dit zijn de hoogtijdagen van de HEER, die je als heilige dagen samen moet vieren, elk op de aangewezen tijd:
5 Op de veertiende dag van de eerste maand wordt ter ere van de HEER het pesachoffer bereid, in de avondschemer. 6 En op de vijftiende dag van die maand begint ter ere van de HEER het feest van het Ongedesemde brood: zeven dagen lang moeten jullie dan ongedesemd brood eten. 7 De eerste dag moet je als heilige dag samen vieren; je mag dan niet werken. 8 Elk van de zeven dagen moeten jullie de HEER een offergave aanbieden. De zevende dag moet je opnieuw als heilige dag samen vieren, en ook dan mag je niet werken.”’
9 De HEER zei tegen Mozes: 10 ‘Zeg tegen de Israëlieten: “Wanneer jullie eenmaal in het land zijn dat ik jullie zal geven en je daar de oogst binnenhaalt, moeten jullie de eerste schoof van je gersteoogst naar de priester brengen. 11 De priester moet de schoof ten overstaan van de HEER omhoogheffen opdat die als offer zal worden aanvaard. De priester moet de schoof omhoogheffen op de dag na de sabbat. 12 Op de dag dat de schoof wordt aangeboden, moeten jullie ook een eenjarige ram zonder enig gebrek als brandoffer aan de HEER opdragen, 13 met het bijbehorende graanoffer van twee tiende efa tarwebloem vermengd met olijfolie, als een geurige gave die de HEER behaagt, en het bijbehorende wijnoffer van een kwart hin wijn. 14 Tot op de dag dat deze gave aan jullie God is gebracht, mag je geen brood, geroosterd graan of vers graan eten. Deze bepaling blijft voor jullie voor altijd van kracht, generatie na generatie, waar je ook woont.
15 Vanaf die dag na de sabbat, vanaf de dag dat de schoof omhooggeheven is, moeten zeven volle weken worden afgeteld, 16 tot de dag na de zevende sabbat. Vijftig dagen moeten jullie aftellen, en dan moeten jullie de HEER een graanoffer aanbieden uit de nieuwe tarweoogst. 17 Jullie moeten dan uit je woonplaats brood meenemen om het voor de HEER omhoog te heffen: twee broden van twee tiende efa tarwebloem, met zuurdesem gebakken, als gave voor de HEER uit de eerste opbrengst van de nieuwe oogst. 18 Tegelijk met het brood moeten zeven eenjarige rammen zonder enig gebrek, een stier en twee volwassen rammen worden aangeboden. Die dienen als brandoffer voor de HEER en vormen samen met de bijbehorende graan- en wijnoffers een geurige gave die de HEER behaagt. 19 Als reinigingsoffer moet een bok worden geofferd, en als vredeoffer twee eenjarige rammen. 20 De twee jonge rammen
(23:20) De twee jonge rammen – Volgens de Samaritaanse Pentateuch en de Septuaginta. MT: ‘Met twee jonge rammen’.
moet de priester tegelijk met het brood uit de eerste opbrengst van de nieuwe oogst ten overstaan van de HEER omhoogheffen. Zo worden deze offers voor de HEER geheiligd; ze zijn bestemd voor de priester. 21 Jullie moeten die dag als heilige dag samen vieren en mogen dan niet werken. Dit voorschrift blijft voor jullie voor altijd van kracht, generatie na generatie, waar je ook woont.
22 Ga bij het binnenhalen van de oogst niet tot aan de rand van de akker en raap wat blijft liggen niet bijeen, maar laat het liggen voor de armen en de vreemdelingen. Ik ben de HEER, jullie God.”’
23 De HEER zei tegen Mozes: 24 ‘Zeg tegen de Israëlieten: “De eerste dag van de zevende maand moeten de hoorns schallen. Het zal voor jullie een rustdag zijn, die je als heilige dag samen moet vieren. 25 Je mag die dag niet werken en moet de HEER een offergave aanbieden.”’
26 De HEER zei tegen Mozes: 27 ‘Neem dit in acht: De tiende dag van de zevende maand is het Grote Verzoendag, een dag die jullie als heilige dag samen moeten vieren. Jullie moeten die dag in onthouding doorbrengen en de HEER een offergave aanbieden. 28 Je mag dan geen enkele bezigheid verrichten, want het is Grote Verzoendag, waarop voor jullie ten overstaan van de HEER, jullie God, de verzoeningsrite zal worden voltrokken. 29 Wie deze dag niet in onthouding doorbrengt, zal uit de gemeenschap gestoten worden. 30 Wie die dag enige bezigheid verricht, zal ik zelf uit de gemeenschap wegvagen. 31 Je mag die dag geen enkele bezigheid verrichten; deze bepaling geldt voor jullie voor altijd, generatie na generatie, waar je ook woont. 32 Het zal voor jullie een dag van volstrekte rust zijn, die je in onthouding moet doorbrengen. Deze dag moet in volstrekte rust worden doorgebracht, vanaf de avond van de negende dag van die maand tot aan de avond daarop.’
33 De HEER zei tegen Mozes: 34 ‘Zeg tegen de Israëlieten: “Op de vijftiende dag van de zevende maand begint ter ere van de HEER het Loofhuttenfeest, dat zeven dagen duurt. 35 De eerste dag moet je als heilige dag samen vieren; je mag dan niet werken. 36 Elk van de zeven dagen moeten jullie de HEER een offergave aanbieden. De achtste dag moet je opnieuw als heilige dag samen vieren, en ook dan moeten jullie een offergave aanbieden aan de HEER. Er zal dan een feestelijke samenkomst zijn en er mag niet gewerkt worden.
37 Dit zijn de hoogtijdagen van de HEER, die je als heilige dag samen moet vieren en waarop jullie de HEER een offergave moeten aanbieden, brandoffers, graanoffers, vredeoffers en wijnoffers, al naargelang voor een bepaalde dag is voorgeschreven. 38 Deze offers vallen buiten wat jullie de HEER elke sabbat geven en buiten je wijgeschenken, gelofteoffers en vrijwillige gaven.
39 Neem dit in acht: Op de vijftiende dag van de zevende maand, wanneer je de oogst van het land hebt gehaald, begint het feest van de HEER, dat zeven dagen duurt. De eerste dag en de achtste dag moeten voor jullie rustdagen zijn. 40 De eerste dag moeten jullie mooie vruchten plukken en takken afsnijden van dadelpalmen, loofbomen en beekwilgen. Zeven dagen lang moeten jullie feestvieren ten overstaan van de HEER, jullie God. 41 Elk jaar moet dit feest ter ere van de HEER zeven dagen lang gevierd worden. Dit voorschrift geldt voor altijd, generatie na generatie. Vier dit feest in de zevende maand. 42 Zeven dagen lang moeten jullie in hutten wonen, elke geboren Israëliet moet in een loofhut wonen, 43 om jullie kinderen eraan te herinneren dat ik de Israëlieten in hutten liet wonen toen ik hen uit Egypte wegleidde. Ik ben de HEER, jullie God.”’
44 En Mozes maakte de hoogtijdagen van de HEER aan het volk bekend.

De Nieuwe Bijbelvertaling, overgenomen met toestemming van: http://www.biblija.net/
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap


Bookmark and Share

0 reacties:

Een reactie posten

About this blog



De Bijbel is niet een boek wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft afgespeeld. Deze blog kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen. Door dagelijks het gedeelte te lezen wat op deze blog staat aan de hand van een chronologisch rooster, lees je in 1 jaar de hele Bijbel.

Vanaf 1 oktober 2009 wordt er elke dag om 00:01 uur Nederlandse tijd een Bijbel gedeelte op deze blog geplaatst, zodat je in chronologische volgorde jouw eigen Bijbel kunt lezen. Je kunt de Bijbel ook online lezen.

Als je op een andere datum wil starten, klik dan hier.

"Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust."
2 Timoteus 3:16

De Bijbel



De Bijbel bestaat uit een reeks aparte boeken en geschriften van verschillende lengte en stijl in verhalende vorm, in proza en poëzie, die over een periode van ongeveer duizend jaar geschreven zijn door een veertigtal verschillende auteurs.

Sommige werken in de Bijbel, zoals Hooglied, Job en delen van Jesaja worden zelfs tot de wereldliteratuur gerekend.

Wanneer lees jij de Bijbel?

Blog Statistieken


free counters

Recente reacties