Lees de Bijbel in 1 jaar

www.leesdebijbelin1jaar.nl

Leviticus 8-10

Aäron en zijn zonen als priester gewijd
8
1 De HEER zei tegen Mozes: 2 ‘Ontbied Aäron en zijn zonen, haal de priesterkleding, de zalfolie, een stier voor het reinigingsoffer, twee rammen en een mand met ongedesemd brood, 3 en roep het hele volk bijeen bij de ingang van de ontmoetingstent.’
4 Mozes deed wat de HEER hem had opgedragen. Toen de hele gemeenschap zich bij de ingang van de ontmoetingstent verzameld had, 5 zei Mozes tegen hen: ‘Wat er nu gedaan wordt, gebeurt in opdracht van de HEER.’ 6 Mozes liet Aäron en zijn zonen bij zich komen en waste hen met water. 7 Daarna trok hij Aäron de tuniek aan, bond hem de gordel om en trok hem het bovenkleed aan. Hij bond hem de priesterschort om, maakte die vast met de bijbehorende band 8 en deed hem de borsttas voor, waarin hij de twee orakelstenen legde. 9 Hij deed hem de tulband om en plaatste aan de voorkant daarvan de gouden rozet, de heilige diadeem, zoals de HEER hem had opgedragen. 10 Toen nam Mozes de zalfolie en zalfde daarmee de tabernakel en alles wat zich erin bevond, en heiligde dat. 11 Hij besprenkelde het altaar zevenmaal met de olie en zalfde ook alles wat bij het altaar hoorde, evenals het wasbekken en het onderstel. Zo heiligde hij alles. 12 Hij goot een deel van de olie over het hoofd van Aäron en zo, door hem te zalven, heiligde hij hem. 13 Daarna liet Mozes de zonen van Aäron bij zich komen. Hij trok hun een tuniek aan, deed hun een gordel om en bond hun een hoofddoek om, zoals de HEER hem had opgedragen.
14 Toen liet hij de stier voor het reinigingsoffer bij zich brengen. Aäron en zijn zonen legden hun hand op de kop van de stier. 15 Mozes slachtte het dier en streek met zijn vinger wat bloed aan de horens van het altaar. Zo reinigde hij het altaar van zonde. De rest van het bloed goot hij uit aan de voet van het altaar, dat hij door deze verzoeningsrite heiligde. 16 Hij nam al het vet rond de ingewanden, de kleinste lob van de lever en de beide nieren met het niervet, en verbrandde alles op het altaar. 17 De huid en het vlees van de stier en de inhoud van de ingewanden liet hij buiten het kamp verbranden, zoals de HEER hem had opgedragen.
18 Toen liet hij de ram voor het brandoffer bij zich brengen. Aäron en zijn zonen legden hun hand op de kop van de ram. 19 Mozes slachtte het dier en goot het bloed tegen de zijkanten van het altaar. 20 Hij sneed de ram in stukken en verbrandde de kop, de stukken vlees en het vet. 21 Hij waste de ingewanden en de poten met water en verbrandde ze met de rest van de ram op het altaar. Zo was het een brandoffer, een geurige gave voor de HEER, zoals de HEER hem had opgedragen.
22 Hierna liet hij de tweede ram bij zich brengen, de ram voor het wijdingsoffer. Aäron en zijn zonen legden hun hand op de kop van de ram. 23 Mozes slachtte het dier en streek wat bloed aan de rechteroorlel van Aäron, op zijn rechterduim en op de grote teen van zijn rechtervoet. 24 Hij liet de zonen van Aäron bij zich komen en streek wat bloed aan hun rechteroorlel, op hun rechterduim en op de grote teen van hun rechtervoet. De rest van het bloed goot hij tegen de zijkanten van het altaar. 25 Daarna nam hij de vette delen van het offerdier: de staart, al het vet rond de ingewanden, de kleinste lob van de lever en de beide nieren met het niervet, en ook de rechterachterbout. 26 Uit de mand met ongedesemd brood die de HEER gebracht was, pakte hij een met olijfolie bereid dik brood en een dun brood, die hij op de vette delen van het offerdier en de rechterachterbout legde. 27 Dat alles legde hij op de handpalmen van Aäron en zijn zonen om het ten overstaan van de HEER omhoog te heffen. 28 Daarna nam hij het offer van hun handen en verbrandde het op het altaar, boven op het brandoffer. Zo was het een wijdingsoffer, een geurige gave voor de HEER. 29 Mozes nam het borststuk van de ram en hief het ten overstaan van de HEER omhoog. Dit deel van het wijdingsoffer was voor Mozes bestemd, zoals de HEER hem had gezegd. 30 Mozes besprenkelde Aäron en diens kleren met wat zalfolie en bloed van het altaar. Ook de zonen van Aäron en hun kleren besprenkelde hij ermee. Zo heiligde hij Aäron en zijn zonen, evenals hun kleren.
31 Toen zei Mozes tegen Aäron en zijn zonen: ‘Kook het vlees binnen de omheining van de ontmoetingstent en eet het daar, samen met het brood in de mand van het wijdingsoffer. Want zo is het mij bevolen:
(8:31) Want zo is het mij bevolen – Volgens de Septuaginta. MT: ‘Want zo heb ik het bevolen’.
Aäron en zijn zonen mogen ervan eten. 32 Wat er van het vlees en het brood overblijft, moeten jullie verbranden. 33 Zeven dagen moeten jullie binnen de omheining van de ontmoetingstent blijven, tot de tijd van jullie wijding voorbij is. Zeven dagen zal jullie wijding duren. 34 Op bevel van de HEER moet wat vandaag is gedaan ook de komende dagen gedaan worden, om verzoening voor jullie te bewerken. 35 Jullie moeten zeven dagen en nachten binnen de omheining van de ontmoetingstent blijven en doen wat de HEER jullie heeft opgedragen, anders sterven jullie. Zo is het mij bevolen.’ 36 Aäron en zijn zonen deden alles wat de HEER hun bij monde van Mozes had opgedragen.

Instelling van de offerdienst
9
1 Op de achtste dag riep Mozes Aäron en zijn zonen bij zich, en ook de oudsten van Israël. 2 Hij zei tegen Aäron: ‘Haal een jonge stier voor het reinigingsoffer en een jonge ram voor het brandoffer, dieren zonder enig gebrek, en breng ze naar de ontmoetingstent. 3 Zeg tegen de Israëlieten: “Haal een bok voor het reinigingsoffer, en voor het brandoffer een eenjarige stier en een eenjarige ram zonder enig gebrek. 4 Haal een stier en een ram om ze als vredeoffer aan de HEER aan te bieden, en ook een met olijfolie bereid graanoffer. Want vandaag verschijnt de HEER aan u.”’ 5 Ze deden wat Mozes bevolen had en brachten de offers naar de ontmoetingstent. Daarna stelde de hele gemeenschap zich voor de HEER op. 6 Mozes zei: ‘Dit is wat de HEER u opgedragen heeft om te doen opdat zijn majesteit aan u zal verschijnen.’
7 Tegen Aäron zei Mozes: ‘Neem je plaats bij het altaar in en draag het reinigingsoffer en het brandoffer op om voor jezelf en het volk verzoening te bewerken. Draag daarna de offers van het volk op om voor hen verzoening te bewerken, zoals de HEER bevolen heeft.’ 8 Aäron ging naar het altaar en slachtte de jonge stier die bestemd was voor zijn eigen reinigingsoffer. 9 Zijn zonen reikten hem het bloed aan. Hij doopte zijn vinger in het bloed en streek het aan de horens van het altaar. De rest van het bloed goot hij aan de voet van het altaar uit. 10 Het vet, de nieren en de kleinste lob van de lever, afkomstig van het reinigingsoffer, verbrandde hij op het altaar, zoals de HEER Mozes had opgedragen. 11 Het vlees en de huid liet hij buiten het kamp verbranden. 12 Daarna slachtte hij de ram voor het brandoffer. Zijn zonen reikten hem het bloed aan, en hij goot het tegen de zijkanten van het altaar. 13 Ze reikten hem ook de stukken vlees en de kop van het offerdier aan, en hij verbrandde ze op het altaar. 14 Hij waste de ingewanden en de poten en verbrandde die samen met de rest van het offerdier. 15 Daarna liet Aäron de offers van het volk bij zich brengen. Hij slachtte de bok die voor het reinigingsoffer van het volk bestemd was en droeg het op dezelfde wijze op als zijn eigen reinigingsoffer. 16 Hij liet de dieren voor het brandoffer bij zich brengen en offerde ze volgens de voorschriften. 17 Hij liet het graanoffer bij zich brengen en verbrandde er een handvol van op het altaar. Dit offer kwam niet in mindering op het ochtendbrandoffer. 18 Tot slot slachtte hij de stier en de ram die bedoeld waren als vredeoffer van het volk. Zijn zonen reikten hem het bloed aan, en hij goot het tegen de zijkanten van het altaar. 19 De vette delen van de stier en de ram, namelijk de staart en al het vet van de buikholte, de nieren en de kleinste lob van de lever, 20 legden ze bij de borststukken, en Aäron verbrandde het vet op het altaar. 21 Het borststuk en de rechterachterbout van de dieren hief hij ten overstaan van de HEER omhoog, zoals Mozes bevolen had. 22 Daarna strekte hij zijn handen naar het volk uit en zegende het. Nadat Aäron de offers had opgedragen, daalde hij af van het altaar 23 en ging hij samen met Mozes de ontmoetingstent binnen. Toen ze weer buitenkwamen, zegenden ze het volk. Daarop verscheen de majesteit van de HEER aan het verzamelde volk. 24 Een felle vlam kwam uit het heiligdom en verteerde het brandoffer en het vet op het altaar. Toen het volk dat zag, begon het te jubelen, en iedereen wierp zich ter aarde.

10
1 Aärons zonen Nadab en Abihu deden gloeiende kolen in hun vuurbak en legden er reukwerk op. Maar het was verkeerd vuur dat ze de HEER wilden aanbieden, vuur dat niet voldeed aan de voorschriften van de HEER. 2 Een felle vlam kwam uit het heiligdom en verteerde hen, zodat ze daar, in de nabijheid van de HEER, stierven. 3 Mozes zei tegen Aäron: ‘Dit bedoelde de HEER toen hij zei: “Door degenen die in mijn nabijheid verkeren, toon ik mijn heiligheid. Het hele volk maak ik getuige van mijn majesteit.”’ Aäron zweeg.
4 Mozes riep Misaël en Elsafan bij zich, de zonen van Aärons oom Uzziël. Hij zei tegen hen: ‘Kom hier en draag jullie broeders bij het heiligdom vandaan en breng hen buiten het kamp.’ 5 Ze droegen hen, nog gekleed in hun tuniek, het kamp uit, zoals Mozes hun had opgedragen. 6 Mozes zei tegen Aäron en zijn zonen Eleazar en Itamar: ‘Jullie mogen je haar niet los laten hangen en je kleren niet scheuren, anders sterven jullie en ontsteekt de HEER in woede tegen de hele gemeenschap. Maar jullie broeders, de overige Israëlieten, mogen wel weeklagen over het vuur dat de HEER ontstoken heeft. 7 Omdat jullie zijn gezalfd met de olie van de HEER, mogen jullie niet buiten de omheining van de ontmoetingstent komen, anders sterven jullie.’ Ze hielden zich aan wat Mozes hun had opgedragen.
8 Toen zei de HEER tegen Aäron: 9 ‘Jij en je zonen mogen geen wijn of andere drank drinken voor je naar de ontmoetingstent komt, anders sterven jullie. Deze bepaling blijft voor jullie en je nakomelingen voor altijd van kracht. 10 Jullie moeten onderscheid kunnen maken tussen wat heilig is en wat niet, tussen wat rein is en wat onrein, 11 en de Israëlieten uitleg geven over alle bepalingen die de HEER bij monde van Mozes aan hen bekendgemaakt heeft.’
12 Mozes zei tegen Aäron en zijn overgebleven zonen, Eleazar en Itamar: ‘Neem wat er over is van het graanoffer dat aan de HEER is aangeboden, en eet het in de vorm van ongedesemd brood, naast het altaar, want het is allerheiligst. 13 Jullie moeten het eten op een heilige plaats; het is voor jou en je zonen bestemd als jullie aandeel in de offergaven voor de HEER. Zo is het mij opgedragen. 14 Maar het borststuk en de rechterachterbout mogen jij en je zonen en dochters op elke reine plaats eten; ze zijn voor jou en je zonen bestemd als jullie aandeel in de vredeoffers van de Israëlieten. 15 De Israëlieten moeten behalve de vette delen ook de rechterachterbout en het borststuk naar de HEER brengen en die moeten ten overstaan van de HEER omhooggeheven worden; ze zijn voor altijd voor jou en je zonen bestemd. Zo heeft de HEER het ons opgedragen.’ 16 Toen ging Mozes overal navraag doen naar de bok die als reinigingsoffer was aangeboden, maar die bleek te zijn verbrand. Boos vroeg Mozes aan Eleazar en Itamar, de overgebleven zonen van Aäron: 17 ‘Waarom hebben jullie het vlees van het reinigingsoffer niet opgegeten, op een heilige plaats? Het is allerheiligst en de HEER heeft het aan jullie gegeven om de schuld van het volk weg te nemen en voor hen verzoening te bewerken. 18 Het bloed van het offerdier was niet het heiligdom binnengebracht, dus hadden jullie het vlees in het heiligdom moeten eten, zoals ik bevolen had.’ 19 Aäron zei tegen Mozes: ‘Mijn zonen hebben vandaag hun reinigingsoffer en hun brandoffer aangeboden aan de HEER, maar je weet wat mij vandaag overkomen is. Als ik vandaag van het vlees van het reinigingsoffer gegeten zou hebben, zou dat dan goed zijn geweest in de ogen van de HEER?’ 20 Toen Mozes dit hoorde, vond hij het goed.

De Nieuwe Bijbelvertaling, overgenomen met toestemming van: www.biblija.net
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap


Bookmark and Share

0 reacties:

Een reactie posten

About this blog



De Bijbel is niet een boek wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft afgespeeld. Deze blog kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen. Door dagelijks het gedeelte te lezen wat op deze blog staat aan de hand van een chronologisch rooster, lees je in 1 jaar de hele Bijbel.

Vanaf 1 oktober 2009 wordt er elke dag om 00:01 uur Nederlandse tijd een Bijbel gedeelte op deze blog geplaatst, zodat je in chronologische volgorde jouw eigen Bijbel kunt lezen. Je kunt de Bijbel ook online lezen.

Als je op een andere datum wil starten, klik dan hier.

"Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust."
2 Timoteus 3:16

De Bijbel



De Bijbel bestaat uit een reeks aparte boeken en geschriften van verschillende lengte en stijl in verhalende vorm, in proza en poëzie, die over een periode van ongeveer duizend jaar geschreven zijn door een veertigtal verschillende auteurs.

Sommige werken in de Bijbel, zoals Hooglied, Job en delen van Jesaja worden zelfs tot de wereldliteratuur gerekend.

Wanneer lees jij de Bijbel?

Blog Statistieken


free counters

Recente reacties