Lees de Bijbel in 1 jaar

www.leesdebijbelin1jaar.nl

Jozua 12-15

Lijst van verslagen koningen
12
1 De Israëlieten veroverden eerst het gebied ten oosten van de Jordaan, van het Arnondal tot aan het Hermongebergte met de oostkant van de Jordaanvallei. Ze versloegen de twee volgende koningen:
2 Koning Sichon van de Amorieten, die in Chesbon zetelde. Hij heerste vanaf Aroër aan de rand van het Arnondal, beter gezegd, vanaf de middenloop van de Arnon, tot aan het dal van de Jabbok, dat de grens met het land van de Ammonieten vormde. Zijn gebied omvatte de ene helft van Gilead 3 en dat deel van de Jordaanvallei dat zich vanaf de oostkant van het Meer van Kinneret uitstrekte tot aan de oostkant van de Zoutzee, ofwel de Dode Zee, tot aan Bet-Hajjesimot. Verder liep het in zuidelijke richting tot aan de rotskloven van de Pisga, 4 die een natuurlijke grens vormden.
En koning Og van Basan, die nog van de Refaïeten afstamde en in Astarot en Edreï zetelde. 5 Hij heerste over het Hermongebergte, Salka en heel Basan tot aan de gebieden Gesur en Maächa, en verder over de andere helft van Gilead tot aan het gebied van koning Sichon uit Chesbon.
6 De Israëlieten hebben deze twee koningen verslagen onder aanvoering van Mozes, de dienaar van de HEER. Mozes gaf hun gebieden in bezit aan de stammen Ruben en Gad en de eerste helft van de stam Manasse.
7 Daarna veroverde Israël onder aanvoering van Jozua het gebied ten westen van de Jordaan, van Baäl-Gad in de Libanonvallei tot aan de Kale Bergen, die oplopen naar Seïr. Jozua gaf Israël dit gebied in bezit volgens de indeling in stammen. 8 Het omvatte het bergland, het heuvelland, de westkant van de Jordaanvallei, de streek van de rotskloven, de woestijn en de Negev. Dit waren de gebieden van de Hethieten, de Amorieten, de Kanaänieten, de Perizzieten, de Chiwwieten en de Jebusieten. Israël versloeg de volgende koningen: 9 die van Jericho, Ai (dat vlak bij Betel ligt), 10 Jeruzalem, Hebron, 11 Jarmut, Lachis, 12 Eglon, Gezer, 13 Debir, Geder, 14 Chorma, Arad, 15 Libna, Adullam, 16 Makkeda, Betel, 17 Tappuach, Chefer, 18 Afek en de koning van de Saronvlakte, 19 die van Madon, Hasor, 20 Simron-Meron, Achsaf, 21 Taänach, Megiddo, 22 Kedes, Jokneam (bij de Karmel), 23 Dor (in het kustgebied van die stad), Goïm (in Galilea) 24 en Tirsa. In totaal eenendertig koningen.

Nog te veroveren gebieden
13
1 Toen Jozua op hoge leeftijd was gekomen, zei de HEER tegen hem: ‘Je bent nu oud, maar er wacht nog heel veel land dat veroverd moet worden. 2 Dit zijn de overgebleven gebieden: Allereerst alle streken waar de Filistijnen en de Gesurieten wonen, 3 vanaf de wadi die de oostgrens van Egypte vormt tot aan Ekron in het noorden. Dit hele gebied wordt tot Kanaän gerekend. Het wordt geregeerd door de vijf stadsvorsten van de Filistijnen: die van Gaza, Asdod, Askelon, Gat en Ekron. Ook de Awwieten wonen er, 4 ten zuiden van de Filistijnen. Verder is er het hele gebied van de Kanaänieten vanaf Ara, een stad van de Sidoniërs, tot aan Afek op de grens met het land van de Amorieten. 5 Er is bovendien het land van de Giblieten en, ten oosten daarvan, de hele Libanon vanaf Baäl-Gad aan de voet van de Hermon tot aan Lebo-Hamat; 6 kortom, het hele berggebied van de Libanon tot aan Misrefot-Maïm, dus met inbegrip van de streek waar de Sidoniërs wonen. Ik zal al die volken zelf voor Israël verdrijven. Jij hoeft het land alleen maar door loting onder de Israëlieten te verdelen, zoals ik je heb opgedragen. 7 Verdeel het daarom in gebieden voor de negen overgebleven stammen en de tweede helft van de stam Manasse.’
Verdeling van het land ten oosten van de Jordaan
8 De stammen Ruben en Gad en de eerste helft van de stam Manasse hadden reeds het grondgebied ontvangen dat Mozes, de dienaar van de HEER, hun ten oosten van de Jordaan had toegewezen. 9-10 Het liep vanaf de stad Aroër aan de rand van het Arnondal, beter gezegd, vanaf de stad die in het dal zelf ligt, tot aan het land van de Ammonieten en omvatte de hele hoogvlakte van Medeba tot Dibon, met alle steden van koning Sichon van de Amorieten, die in Chesbon heerste. [9–10] 10 11 Verder omvatte het Gilead en de gebieden Gesur en Maächa, het hele Hermongebergte en heel Basan tot aan Salka; 12 kortom, het hele rijk van koning Og uit Basan, die in Astarot en Edreï heerste en nog van de Refaïeten afstamde. Mozes had de Amorieten verslagen en verdreven. 13 Maar Israël verdreef de Gesurieten en de Maächatieten niet, zodat deze volken in hun midden bleven wonen, tot op de dag van vandaag.
14 Mozes had de Levieten geen grondgebied toegewezen. Zij zouden mogen delen in de offergaven aan de HEER, de God van Israël, zoals hij hun had beloofd.
Het grondgebied van de stam Ruben
15 Mozes had aan de families van de stam Ruben het volgende grondgebied toegewezen: 16 Het begon bij de stad Aroër aan de rand van het Arnondal, beter gezegd, bij de stad die in het dal zelf ligt, en omvatte verder de hele hoogvlakte tot aan Medeba, 17 dat wil zeggen Chesbon met de omliggende steden; verder Dibon, Bamot-Baäl, Bet-Baäl-Meon, 18 Jahas, Kedemot, Mefaät, 19 Kirjataïm, Sibma en Seret-Hassachar, dat in de uitlopers van de bergen ligt. 20 En verder nog Bet-Peor, de rotskloven van de Pisga en Bet-Hajjesimot. 21 Kortom, alle steden op de hoogvlakte, ofwel het hele rijk van Sichon, de koning van de Amorieten, die in Chesbon heerste en door Mozes verslagen was. (Mozes versloeg tegelijk de Midjanitische stamhoofden Ewi, Rekem, Sur, Chur en Reba, die in Sichons rijk woonden en diens legeraanvoerders waren. 22 Bovendien hadden de Israëlieten de waarzegger Bileam, de zoon van Beor, gedood.)
23 Dit was het gebied dat met alle steden en dorpen toebehoorde aan de families van de stam Ruben. De natuurlijke grens werd gevormd door de Jordaan.
Het grondgebied van de stam Gad
24 Mozes had aan de stam Gad, aan de families van die stam, het volgende grondgebied toegewezen: 25-26 Het begon even boven Chesbon en strekte zich uit tot aan Ramat-Hammispe en Betonim, en vanaf Machanaïm tot aan het gebied rond Lo-Debar. Het omvatte Jazer, alle steden van Gilead en de helft van het land van de Ammonieten tot aan Aroër bij Rabba. [25–26] 26 27 Het omvatte bovendien een aantal steden in de Jordaanvallei: Bet-Haram, Bet-Nimra, Sukkot en Safon. Kortom, de rest van het rijk van Sichon, de koning van Chesbon, ten oosten van de Jordaan. Hierbij vormde de Jordaan de natuurlijke grens, precies tot de zuidkant van het Meer van Kinneret.
28 Dit was het gebied dat met alle steden en dorpen toebehoorde aan de families van de stam Gad.
Het grondgebied van de eerste helft van de stam Manasse
29 Mozes had aan de families van de eerste helft van de stam Manasse het volgende grondgebied toegewezen: 30 Het strekte zich uit ten noorden van Machanaïm en omvatte heel Basan, dus het hele rijk van koning Og, met inbegrip van alle dorpen van Jaïr, zo’n zestig nederzettingen. 31 Verder omvatte het de helft van Gilead en de beide koningssteden die Og in Basan had: Astarot en Edreï.
Dit was het gebied dat toebehoorde aan de eerste helft van de families die van Manasses zoon Machir afstamden.

32 Tot zover de gebieden die Mozes op de vlakte van Moab, ten oosten van de Jordaan en Jericho, had verdeeld. 33 Hij wees de stam van de Levieten echter geen grondgebied toe. Zij zouden mogen bestaan van de dienst aan de HEER, de God van Israël, zoals hij hun had beloofd.

Verdeling van het land ten westen van de Jordaan
14
1-2 Dan volgen nu de gebieden die de Israëlieten in Kanaän in bezit kregen en die door de priester Eleazar, door Jozua, de zoon van Nun, en door de stamhoofden van Israël door loting werden toegewezen aan de tweede helft van de stam Manasse en aan de negen andere stammen, zoals de HEER hun bij monde van Mozes had opgedragen. [1–2] 2 3-4 Er waren nog negen-en-een-halve stam overgebleven. Dit kwam doordat Mozes aan de eerste helft van Manasse en aan Ruben en Gad al een gebied had toegewezen ten oosten van de Jordaan, doordat Jozefs nakomelingen twee stammen vormden, Manasse en Efraïm, en doordat de Levieten nergens grondgebied kregen, maar alleen steden om in te wonen en weidegronden voor hun vee. [3–4] 4 5 Kortom, de Israëlieten gingen bij de verdeling van het land precies zo te werk als de HEER aan Mozes had opgedragen.
Toewijzing van Hebron aan Kaleb
6 Er kwamen enige mannen van de stam Juda bij Jozua in Gilgal. Een van hen was Kaleb, een Kenizziet, een zoon van Jefunne. Hij zei tegen Jozua: ‘U weet wat de HEER aan Mozes, de godsman, in Kades-Barnea over ons beiden heeft gezegd. 7 Ik was veertig jaar oud toen Mozes, de dienaar van de HEER, mij er vanuit Kades-Barnea op uit stuurde om dit land te verkennen. Ik bracht hem naar eer en geweten verslag uit. 8 Mijn metgezellen joegen ons volk de schrik op het lijf, maar ik bleef volledig op de HEER, mijn God, vertrouwen. 9 Mozes beloofde me toen: “Omdat je op de HEER, mijn God, bent blijven vertrouwen, zweer ik je dat de hele streek die je hebt verkend voor altijd het grondgebied van jou en je nageslacht zal zijn.” 10 Welnu, de HEER heeft mijn leven gespaard, zoals hij had beloofd. Het is nu vijfenveertig jaar geleden dat hij Mozes die belofte gaf, toen Israël nog door de woestijn trok. Ik ben nu vijfentachtig jaar oud, 11 maar nog altijd even sterk als op de dag dat Mozes me op verkenning stuurde. Ik ben nog even goed als toen in staat te vechten en het bevel te voeren. 12 Geef me dus dit bergland dat de HEER me indertijd heeft beloofd. U hebt toen toch gehoord dat er Enakieten wonen, in grote en versterkte steden? Als de HEER me maar bijstaat zal ik ze wel meester worden, zoals hij heeft beloofd.’ 13 Nadat Kaleb dit had gezegd, zegende Jozua hem en gaf hem Hebron als grondgebied. 14-15 Hebron heette destijds Kirjat-Arba, naar Arba, de grootste reus onder de Enakieten. Omdat Kaleb, een Kenizziet, een zoon van Jefunne, op de HEER, de God van Israël, was blijven vertrouwen, kregen hij en zijn nageslacht Hebron als grondgebied, tot op de dag van vandaag. Hiermee eindigde de oorlog. [14–15] 15

Het grondgebied van de stam Juda
15
1 Het grondgebied dat door loting aan de families van de stam Juda werd toegewezen, lag in het uiterste zuiden. Het strekte zich uit tot in de woestijn van Sin, waar de grens met Edom liep.
2 De zuidgrens begon bij het zuidelijkste punt van de Zoutzee, 3 liep vervolgens zuidelijk langs de Schorpioenenpas, ging verder naar Sin en liep daarna ten zuiden van Kades-Barnea omhoog. Vervolgens liep de grens naar Chesron en ging hij verder omhoog naar Addar. Hij boog af naar Karka, 4 ging naar Asmon en bereikte de wadi die de grens met Egypte vormde. Van daar liep hij rechtstreeks naar de zee. (Deze grens moet voor heel Israël de zuidgrens zijn.)
5 De oostgrens werd gevormd door de Zoutzee tot aan de monding van de Jordaan.
De noordgrens begon bij de noordkant van de Zoutzee, bij de monding van de Jordaan. 6 Hij liep naar Bet-Chogla, passeerde Bet-Araba aan de noordkant en ging omhoog in de richting van de rots van Bohan. (Bohan was een nakomeling van Ruben.) 7 Vervolgens liep hij vanuit het Achordal omhoog naar Debir en boog in noordelijke richting af naar Gilgal, dat tegenover de Adummimpas ligt, ten zuiden van de wadi. Hij ging naar de Semesbron en van daar rechtstreeks naar de Rogelbron. 8 Vervolgens liep de grens via het Ben-Hinnomdal om het zuiden van de heuvelrug waarop Jebus lag (het huidige Jeruzalem). Daarna ging hij omhoog naar de top van de berg die westelijk van het Hinnomdal en noordelijk van de vallei van Refaïm ligt. 9 Van daar liep hij in een lichte bocht naar de bron van Me-Neftoach, daarna naar Ijjim in het berggebied van Efron, en vervolgens in een lichte bocht naar Baäla (het huidige Kirjat-Jearim). 10 Bij Baäla boog de grens af naar het westen, naar de bergen van Seïr. Vervolgens passeerde hij de noordkant van de beboste heuvelrug waarop Kesalon ligt, daalde naar Bet-Semes en liep door naar Timna. 11 Hij passeerde de noordkant van de heuvelrug van Ekron, maakte een lichte bocht naar Sikkaron en liep via de berg van Baäla naar Jabneël en van daar rechtstreeks naar de zee.
12 De westgrens werd op natuurlijke wijze gevormd door de Grote Zee.
Dit waren de grenzen van het grondgebied van de families van de stam Juda.

13 Jozua wees, zoals de HEER hem had opgedragen, een deel van Juda’s grondgebied toe aan Kaleb, de zoon van Jefunne: hij kreeg Hebron, dat toen nog Kirjat-Arba heette, naar Arba, de vader van Enak. 14 Kaleb verdreef er de drie zonen van Enak: Sesai, Achiman en Talmai; 15 vervolgens trok hij op tegen Debir, dat toen nog Kirjat-Sefer heette. 16 Kaleb beloofde: ‘Wie Kirjat-Sefer verovert zal ik mijn dochter Achsa tot vrouw geven.’ 17 Otniël, een zoon van Kalebs broer Kenaz, veroverde de stad en kreeg Achsa tot vrouw. 18 Bij haar aankomst spoorde Achsa hem aan om aan haar vader een stuk vruchtbaar land te vragen. Toen ze van haar ezel was afgestegen, vroeg Kaleb haar wat ze verlangde. 19 ‘Geef me toch een geschenk waar ik wat aan heb,’ antwoordde ze. ‘U hebt me dit dorre stuk land gegeven, geef me dan ook bronnen.’ Hierop gaf Kaleb haar zowel de hoog- als de laaggelegen bronnen.

20 Dit was het grondgebied van de families van de stam Juda.
De steden van de stam Juda
21 In het gebied van de stam Juda lagen de volgende steden:
In het uiterste zuiden bij de grens met Edom, dus in de Negev: Kabseël, Eder, Jagur, 22 Kina, Dimona, Adada, 23 Kedes, Chasor, Jitnan, 24 Zif, Telem, Bealot, 25 Chasor-Chadatta, Keriot-Chesron (dat ook Chasor genoemd wordt), 26 Amam, Sema, Molada, 27 Chasar-Gadda, Chesmon, Bet-Pelet, 28 Chasar-Sual, Berseba met de omliggende dorpen, 29 Baäla, Ijjim, Esem, 30 Eltolad, Kesil, Chorma, 31 Siklag, Madmanna, Sansanna, 32 Lebaot, Silchim, Aïn en Rimmon. In totaal negenentwintig steden met de omliggende dorpen.
33 In het heuvelland: Estaol, Sora, Asna, 34 Zanoach, En-Gannim, Tappuach, Enam, 35 Jarmut, Adullam, Socho, Azeka, 36 Saäraïm, Aditaïm, Gedera en Gederotaïm. Veertien steden met de omliggende dorpen.
37 Verder Senan, Chadasa, Migdal-Gad, 38 Dilan, Mispe, Jokteël, 39 Lachis, Boskat, Eglon, 40 Kabbon, Lachmas, Kitlis, 41 Gederot, Bet-Dagon, Naäma en Makkeda. Zestien steden met de omliggende dorpen.
42 Verder Libna, Eter, Asan, 43 Jiftach, Asna, Nesib, 44 Keïla, Achzib en Maresa. Negen steden met de omliggende dorpen.
45 Verder Ekron met de omliggende dorpen en gehuchten, 46 alle dorpen tussen Ekron en de zee, alle dorpen en gehuchten rond Asdod, 47 Asdod en Gaza met de omliggende dorpen en gehuchten tot aan de wadi die de grens met Egypte vormde, en verder tot aan de Grote Zee, die een natuurlijke grens vormde.
48 In het bergland: Samir, Jattir, Socho, 49 Danna, Kirjat-Sefer (het huidige Debir), 50 Anab, Estemoa, Anim, 51 Gosen, Cholon en Gilo. Elf steden met de omliggende dorpen.
52 Verder Arab, Ruma, Esan, 53 Janum, Bet-Tappuach, Afeka, 54 Chumta, Kirjat-Arba (het huidige Hebron) en Sior. Negen steden met de omliggende dorpen.
55 Verder Maon, Karmel, Zif, Jutta, 56 Jizreël, Jokdeam, Zanoach, 57 Kaïn, Gibea en Timna. Tien steden met de omliggende dorpen.
58 Verder Chalchul, Bet-Sur, Gedor, 59 Maärat, Bet-Anot en Eltekon. Zes steden met de omliggende dorpen.
60 Verder Kirjat-Baäl (het huidige Kirjat-Jearim) en Rabba. Twee steden met de omliggende dorpen.
61 In de woestijn: Bet-Araba, Middin, Sechacha, 62 Nibsan, Ir-Hammelach en Engedi. Zes steden met de omliggende dorpen.
63 Maar de inwoners van Jeruzalem, de Jebusieten, konden door de stam Juda niet worden verdreven; ze wonen tot op de dag van vandaag te midden van de nakomelingen van Juda in Jeruzalem.

De Nieuwe Bijbelvertaling, overgenomen met toestemming van: http://www.biblija.net/
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap


Bookmark and Share

0 reacties:

Een reactie posten

About this blog



De Bijbel is niet een boek wat je zomaar even van kaft tot kaft leest. Het kan lastig zijn om je weg door de Bijbel te vinden, als je niet weet wat zich wanneer heeft afgespeeld. Deze blog kan je helpen om de Bijbel beter te leren kennen. Door dagelijks het gedeelte te lezen wat op deze blog staat aan de hand van een chronologisch rooster, lees je in 1 jaar de hele Bijbel.

Vanaf 1 oktober 2009 wordt er elke dag om 00:01 uur Nederlandse tijd een Bijbel gedeelte op deze blog geplaatst, zodat je in chronologische volgorde jouw eigen Bijbel kunt lezen. Je kunt de Bijbel ook online lezen.

Als je op een andere datum wil starten, klik dan hier.

"Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust."
2 Timoteus 3:16

De Bijbel



De Bijbel bestaat uit een reeks aparte boeken en geschriften van verschillende lengte en stijl in verhalende vorm, in proza en poëzie, die over een periode van ongeveer duizend jaar geschreven zijn door een veertigtal verschillende auteurs.

Sommige werken in de Bijbel, zoals Hooglied, Job en delen van Jesaja worden zelfs tot de wereldliteratuur gerekend.

Wanneer lees jij de Bijbel?

Blog Statistieken


free counters

Recente reacties