Jobs beproeving
1 1 In het land Us woonde een man die Job heette. Hij was rechtschapen en onberispelijk, hij had ontzag voor God en meed het kwaad. 2 Job had zeven zonen en drie dochters. 3 Hij bezat zevenduizend schapen en geiten, drieduizend kamelen, vijfhonderd span runderen, vijfhonderd ezelinnen en een groot aantal slaven en slavinnen. Hij was de aanzienlijkste man van het Oosten. 4 Zijn zonen hadden de gewoonte om de beurt een feest te geven, ieder in zijn eigen huis, en nodigden dan hun drie zusters uit om bij hen te komen eten en drinken. 5 Nadat elk van zijn zonen zo’n feest had gegeven, liet Job hen bij zich komen voor een reinigingsritueel. Hij stond dan ’s ochtends vroeg op om voor elk van hen een offer te brengen, want hij dacht bij zichzelf: Misschien hebben mijn kinderen wel gezondigd en God in hun hart vervloekt. Job deed dit telkens weer.
6 Op een dag kwamen de hemelbewoners hun opwachting maken bij de HEER, en ook Satan bevond zich onder hen. 7 De HEER vroeg aan Satan: ‘Waar kom je vandaan?’ Hij antwoordde: ‘Ik heb rondgezworven en rondgedoold op aarde.’ 8 De HEER vroeg aan Satan: ‘Heb je ook op mijn dienaar Job gelet? Zoals hij is er niemand op aarde: hij is rechtschapen en onberispelijk, hij heeft ontzag voor God en mijdt het kwaad.’ 9 Satan antwoordde de HEER: ‘Zou Job werkelijk zonder reden zoveel ontzag voor God hebben? 10 U beschermt hem immers, evenals zijn gezin en alles wat hem toebehoort. U hebt het werk dat hij doet gezegend, zodat zijn bezit zich steeds meer uitbreidt. 11 Maar als u uw hand naar hem uitstrekt en aantast wat hem toebehoort, zal hij u ongetwijfeld in uw gezicht vervloeken.’ 12 Toen zei de HEER tegen Satan: ‘Goed, met alles wat van hem is mag je doen wat je wilt, maar raak Job zelf niet aan.’ Hierop vertrok Satan.
13 Toen Jobs zonen en dochters op een dag weer in het huis van hun oudste broer zaten te eten en te drinken, 14 kwam er een boodschapper bij Job en zei: ‘De runderen trokken de ploeg en de ezelinnen liepen vlakbij in de wei te grazen, 15 maar plotseling werden we overvallen door de Sabeeërs, die het vee roofden en de knechten met hun zwaarden doodden. Ik ben als enige ontkomen om u te zeggen wat er gebeurd is.’ 16 Nog voordat de boodschapper uitgesproken was, kwam er een volgende met het bericht: ‘Een verwoestende bliksem uit de hemel trof de schapen en geiten en de knechten, en het vuur verbrandde en verteerde allen. Ik ben als enige ontkomen om u te zeggen wat er gebeurd is.’ 17 En ook hij was nog niet uitgesproken, of er kwam een volgende met het bericht: ‘De Chaldeeën overvielen ons van drie kanten en roofden de kamelen, en ze doodden de knechten met hun zwaarden. Ik ben als enige ontkomen om u te zeggen wat er gebeurd is.’ 18 Ook deze boodschapper was nog niet uitgesproken, of er kwam een volgende met het bericht: ‘Uw zonen en uw dochters zaten in het huis van hun oudste broer te eten en wijn te drinken. 19 Maar plotseling werd het huis getroffen door een hevige storm uit de woestijn, zodat de vier muren instortten, en uw kinderen onder het puin bedolven werden en de dood vonden. Ik ben als enige ontkomen om u te zeggen wat er gebeurd is.’ 20 Toen stond Job op, hij scheurde zijn kleren, schoor zijn hoofd kaal en wierp zich neer in het stof. 21 En hij zei: ‘Naakt ben ik uit de schoot van mijn moeder gekomen en naakt zal ik in haar schoot terugkeren. De HEER heeft gegeven, de HEER heeft genomen, de naam van de HEER zij geprezen.’ 22 Ondanks alles zondigde Job niet en maakte hij God geen enkel verwijt.
2
De Nieuwe Bijbelvertaling, overgenomen met toestemming van: www.biblija.net2
1 Op een dag kwamen de hemelbewoners hun opwachting maken bij de HEER, en ook Satan maakte bij hem zijn opwachting. 2 De HEER vroeg aan Satan: ‘Waar kom je vandaan?’ Hij antwoordde: ‘Ik heb rondgezworven en rondgedoold op aarde.’ 3 De HEER vroeg aan Satan: ‘Heb je ook op mijn dienaar Job gelet? Zoals hij is er niemand op aarde: hij is rechtschapen en onberispelijk, hij heeft ontzag voor God en mijdt het kwaad. Ja, hij is nog even onberispelijk als altijd, en jij hebt mij ertoe aangezet hem zonder reden te gronde te richten.’ 4 Hierop zei Satan: ‘Zijn leven is hem alles waard. Daarvoor geeft hij zijn hele bezit. 5 Maar als u uw hand naar hem uitstrekt en zijn lichaam aantast, zal hij u ongetwijfeld in uw gezicht vervloeken.’ 6 Toen zei de HEER tegen Satan: ‘Goed, doe met hem wat je wilt, maar spaar zijn leven.’ 7 Hierop vertrok Satan en overdekte Job van voetzool tot kruin met kwaadaardige zweren. 8 Job pakte een potscherf om zich te krabben, terwijl hij in het stof en het vuil zat. 9 Zijn vrouw zei tegen hem: ‘Waarom blijf je zo onberispelijk? Vervloek God toch en sterf.’ 10 Maar Job zei tegen haar: ‘Je woorden zijn de woorden van een dwaas. Al het goede aanvaarden we van God, zouden we dan het kwade niet aanvaarden?’ Ondanks alles zondigde Job niet en sprak hij geen onvertogen woord.
11 Drie vrienden van Job, Elifaz uit Teman, Bildad uit Suach en Sofar uit Naäma, hoorden van de rampspoed die hem had getroffen, en ze besloten hem op te zoeken. Onderweg ontmoetten ze elkaar, en samen gingen ze naar hem toe om hun medeleven te tonen en hem te troosten. 12 Toen ze Job vanuit de verte zagen herkenden ze hem niet, en ze barstten uit in luid geweeklaag, ze scheurden hun kleren en wierpen stof omhoog over hun hoofd. 13 Zeven dagen en zeven nachten bleven ze naast hem op de grond zitten zonder iets tegen hem te zeggen, want ze zagen hoe vreselijk hij leed.
Jobs klacht
3 1 Daarna opende Job zijn mond en vervloekte de dag van zijn geboorte. 2 Hij zei:
3 ‘Laat de dag dat ik geboren ben vergaan,
en ook de nacht die zei: “Een jongen is verwekt.”
4 Laat die dag een dag van duisternis worden,
laat God in de hemel er geen acht op slaan.
Laat die dag niet baden in het licht.
5 Laat het diepste donker hem omhullen,
een dichte wolk hem bedekken
en een zonsverduistering hem teisteren.
6 Laat het donker die nacht wegnemen,
zodat hij geen dag van het jaar vergezelt,
en geen plaats vindt in de reeks van maanden.
7 Laat die nacht onvruchtbaar worden –
een nacht waarin geen vreugdekreet opklinkt.
8 Laten zij die het licht wekken die dag vervloeken,
zij die het wagen om Leviatan te verstoren.
9 Zelfs de ochtendsterren zullen niet verschijnen,
die dag verwacht vergeefs de komst van het licht
en zal nooit de wimpers van het morgenrood zien.
10 Hij opende de deuren van mijn moeders buik,
hij hield het ongeluk niet voor mij verborgen.
11 Waarom ben ik niet in haar schoot gestorven,
niet gestikt toen ik ter wereld kwam!
12 Hadden knieën mij maar niet ontvangen
en borsten mij maar niet gezoogd!
13 Dan zou ik nu geborgen in de aarde liggen,
dan zou ik geen zorgen hebben, ik zou slapen,
14 omringd door koningen en raadsheren,
bouwers van paleizen, al vergaan tot puin,
15 tussen machtigen die goud bezaten
en die hun huis met zilver vulden.
16 Was ik maar als een misgeboorte weggestopt,
als een kind dat het licht nooit heeft gezien.
17 In het dodenrijk worden de goddelozen stil,
zij die uitgeput zijn, vinden daar hun rust.
18 Gevangenen worden niet meer opgejaagd,
de stem van de drijver horen ze niet meer.
19 Daar zijn hoog en laag verzameld
en is de slaaf vrij van zijn meester.
20 Waarom geeft God het licht aan ongelukkigen,
het leven aan verbitterden?
21 Zij wachten op de dood die uitblijft,
ze zoeken naar hem, meer dan naar schatten;
22 hun vreugde kent geen grenzen,
ze jubelen als ze hun graf gevonden hebben.
23 Waarom geeft God het licht aan hem
voor wie de weg verborgen blijft,
wie hij de weg verspert?
24 Ik heb geen ander voedsel dan verdriet,
mijn klachten stromen in een vloed van tranen.
25 Wat ik vreesde, komt nu over me,
wat mij angst aanjoeg, heeft me getroffen.
26 Ik vind geen vrede, vind geen kalmte,
mijn rust is weg – onrust bevangt mij.’
Elifaz’ eerste betoog
4 1 Toen nam Elifaz uit Teman het woord:
2 ‘Kun je verdragen dat iemand het woord tot je richt?
Maar wie zou nu kunnen zwijgen?
3 Velen stond je bij met raad en daad
en wie de moed ontzonk, heb je gesterkt.
4 Je woorden richtten hem die struikelde weer op,
aan knikkende knieën gaf je nieuwe kracht.
5 Maar nu word jij beproefd, en je verliest de moed,
nu treft jou het onheil, en je geeft het op.
6 Vertrouw je niet op je ontzag voor God,
geeft je onbesproken levenswandel je geen hoop?
7 Ken jij onschuldigen die hij te gronde richtte?
Werden rechtschapenen ooit in het ongeluk gestort?
8 Ik heb gezien: wie onrecht ploegt,
wie rampspoed zaait, zal het ook oogsten.
9 Eén ademstoot van God, en ze komen om,
één vlaag van zijn woede vaagt ze weg.
10 De leeuw brult, de welp gromt,
maar hun tanden worden uitgeslagen.
11 De leeuw gaat zonder prooi te gronde,
de jonge leeuwen zwerven hongerend rond.
12 Een verholen stem drong tot mij door,
mijn oor ving een fluisteren op,
13 in de verontrustende visioenen van de nacht,
die de mensen dompelt in een diepe slaap.
14 Opeens werd ik door angst gegrepen,
een siddering voer door mijn gebeente.
15 Een adem streek langs mijn gezicht
en de haren rezen mij te berge.
16 Een verschijning doemde op,
een gestalte voor mijn ogen.
Stilte – en toen zei een zachte stem:
17 “Kan een mens zich gedragen zoals God het wil,
kan iemand zonder smet zijn voor zijn schepper?”
18 Zelfs in zijn dienaren stelt God geen vertrouwen,
ook bij zijn engelen bespeurt hij nog gebreken.
19 Hoeveel te meer dan bij de mens, wonend in zijn huis van leem,
met fundamenten in het stof.
Hij is een mot: men drukt hem dood.
20 Van de ochtend tot de avond afgepijnigd
gaat hij onbemerkt ten onder, voor eeuwig weggevaagd.
21 De koorden van zijn tent zijn losgerukt,
hij sterft en heeft de wijsheid niet gekend.
5
5
1 Roep dan, is er iemand die jou antwoordt?
Tot wie in de hemel kun jij je wenden?
2 Aan ergernis gaat de dwaas ten onder,
van afgunst sterft de domme.
3 Ik zag een dwaas die het voor de wind ging,
maar plotseling was zijn huis vervloekt.
4 Zijn kinderen vonden hulp noch bescherming,
ze werden in de poort vertrapt en niemand schoot te hulp.
5 Wat de dwaas oogst, eet de hongerige,
zelfs tussen dorens haalt hij weg al wat hij kan,
en de dorstige smacht naar zijn bezit.
6 Nee, niet uit de aarde spruit het kwaad,
niet uit de grond komt het ongeluk voort.
7 De mens is voor het ongeluk geboren –
zoals vonken uit het vuur omhoog spatten.
8 Ik zou me in jouw plaats tot God wenden,
aan God zou ik het oordeel overlaten.
9 Hij doet grote, ondoorgrondelijke dingen,
ontelbaar zijn de wonderen die hij verricht.
10 Hij zendt de regen die op aarde valt,
hij laat het water over de akkers vloeien.
11 Onaanzienlijken brengt hij tot aanzien,
treurenden geeft hij weer vertrouwen.
12 Hij doorkruist de listen van de sluwen,
wat zij ondernemen zal mislukken.
13 De wijzen overtroeft hij in hun wijsheid,
verraderlijke plannen lopen op niets uit.
14 Overdag stuiten ze op duisternis,
ze tasten in de middag rond alsof het nacht is.
15 Maar de armen redt hij van de gesel van hun tong,
hij redt hen uit de greep van de sterken.
16 Er is hoop voor de weerlozen –
het kwaad wordt de mond gesnoerd.
17 Gelukkig de mens die door God wordt getuchtigd,
wijs daarom de straf van de Ontzagwekkende niet af!
18 Want hij verwondt en hij verbindt,
hij slaat en zijn handen genezen.
19 Zesmaal zal hij je redden in gevaar,
ook de zevende maal zal je niets overkomen.
20 In tijden van honger behoedt hij je voor de dood,
in tijden van oorlog voor de macht van het zwaard.
21 Voor de gesel van de tong ben je veilig,
bij naderend geweld zul je niet bang zijn.
22 Met honger en geweld kun je spotten,
de wilde dieren van de aarde hoef je niet te vrezen.
23 Je hebt een verbond met de stenen van het veld,
met de dieren van het veld leef je in vrede.
24 Je weet dat er vrede in je huis heerst,
je kijkt uit over je weiden – niets ontbreekt je.
25 Je weet dat je kroost talrijk zal zijn,
dat je nageslacht de aarde als gras zal bedekken.
26 Verzadigd van het leven zul je in het graf dalen,
als een rijpe korenschoof die wordt binnengehaald.
27 Dit hebben wij onderzocht, en zo is het;
luister naar ons en neem het ter harte.’
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap
20 reacties:
Wat me gelijk opviel was dat Job onberispelijk en rechschapen is. Schijnbaar is dit een kwaliteit die god enorm waardeerd want Noach was ook rechtschapen. Ik heb even opgezoekt wat de van dale over deze twee woorden zegt:
on·be·ris·pe·lijk bn, bw keurig, zonder gebreken: ~ gedrag
recht·scha·pen bn, bw eerlijk, oprecht
Nou vraag ik me dus af of job echt zonder gebreken was. Er wordt namelijk altijd gezegt dat een mens zondig is en dus sowieso zal zondigen... Maar als ik dit zo lees lijkt het net alsof job alles goed doet en niet zondigt.
Daarnaast was er natuurlijk nog een mens en dat was jezus. En ook hij was helemaal mens geworden en had te kampen met dezelfde verleidingen als ons. Maar ook hij was onberispelijk en rechtschapen...
Dus... het is mogelijk om een onberispelijk leven te lijden?? ik denk het wel... Maar houd dat in dat ik 0 dingen fout?? of dat ik fouten maak maar vervolgens wel zo eerlijk ben om dat bij god te brengen en te zeggen dat het met spijt??
Laat weten wat je ervan vind!!
Wat ik eigelijk wel keihard vind is dat God het toestaat dat dit Job wordt aangedeaan. Als ik een kind had zou ik niet mijn kind op zo'n harde manier testen of hij wel écht van mij houdt, en zou ik al helemaal niet toestaan dat satan mijn kinderen wel eventjes gaat uittesten. Wel gek voor zo'n liefdevolle vader...
What do you think about it??
ik denk dat Noach en Job en Jezus (en Henoch) uitzonderingen waren (met misschien nog een aantal uit de bijbel...?) die inderdaad zo rechtschapen waren. Ik denk niet dat ze wel veel fouten maakten en er dan mee naar God gingen en daardoor rechtschapen waren.
Maar ik denk ook niet dat wij dat wel zijn, en ik denk dat dat ook moeilijker is nu. Omdat we al veel verder in de tijd leven waarin vrije keus al zo lang zijn weg heeft kunnen gaan en al zo lang het slechte heeft kunnen laten groeien. Niet dat dat nu sterker is, maar we worden er zeker wel sterk door beïnvloed.. Helaas... Maar God weet dat en heeft daarom een verbond met ons gesloten en natuurlijk Jezus gestuurd. Dus we hoeven ook niet perfect te zijn en rechtschapen enzo, van God houden en oprecht zijn is toch wat hij belangrijk vind?:)
En... dat satan die toestemming krijgt van God vind ik ook moeilijk. Maar aan de andere kant, weet ik zeker (en jullie ook?) dat hij(God) wel weet wat hij doet :P. Misschien dat we er later in Job nog achterkomen, dat satan op zn plek wordt gewezen omdat Job wel degelijk rechtschapen is? In ieder geval zal het wel hebben meegespeeld dat God hem uiteindelijk heeft verstoten. Want als je iemand van te voren al zijn macht ontneemt, kan je ook nog beargumenteren waarom...
Of zit ik verkeerd te denken....?? Wat vinden jullie??
Sorry dat ik zoveel schrijf, maar ik vind het echt leuk om alles te lezen en er zo over na te denken enzo!! :D
De vierde zin van onder... staat "nog" dat moet "niet" zijn
Job wordt straks door God terechtgewezen, dus hij is niet volledig onberispelijk (ik denk dat er maar eentje is die dat was)...
Rechtschapen betekent oprecht/eerlijk en dat kun je best zijn zelfs als je zondigt. Je kunt oprecht belijden of eerlijk vertellen aan God en daar vergeving voor vragen.
Dat stukje dat God het lijkt toe te staan vind ik ook altijd lastig. Geen idee hoe ik dat moet zien (net zoals later met de Farao of met koning Saul...)
Rechtschapen betekent inderdaad eerlijk...
Maar onberispelijk betekent dat god hem dus niet kon berispen... Dat lijkt er dus op dat hij aan niks schuldig is... (schijnbaar wordt hij dat dus wel aangezien god hem dus gaat berispen...)
Verder over het feit dat God satan toestaat dat hij job zoveel pijn doet. Ik denk dat dit niet alleen het geval is bij Job maar ook bij heel veel andere mensen... Er zijn zoveel mensen die ziek zijn of het zo zwaar hebben. En vaak lijkt het alsof god dit allemaal maar toestaat??
Terwijl ik ook weet dat god enorm veel van die mensen houd. dus dan kom je eigenlijk bij de vraag waarom staat god het lijden in deze wereld toe??
Ik weet het niet... Wat ik wel mooi vind van Job is dat hij op een gegeven moment in hoofstuk 9 vers 15 zegt: "al sta ik in mijn recht, een weerwoord heb ik neit, ik kan slechts mijn rechter om genade smeken.
Oftewel ook al vind Job dat hij gelijk heeft hij kan god niet tegenspreken. Want god is rechtvaarigdheid!! Het is dus slechts de genade waar we om kunnen vragen... En ik denk dat dit ook voor ons geld... Ook al zijn wij het er niet mee eens en lijkt het heel erg oneerlijk... God is rechtvaardig en dat wist Job en ook wij zullen daarop moeten vertrouwen!!
Overigens... het is de bedoeling dat er een keer een studie komt over allerlij vragen die mensen vaak stellen over het christendom... één daar van is ook waarom staat god het lijden toe... Dus onthoud ook dit en neem dat dan weer mee voor tijdens die studie!!
xxx
Niekje
1 Korintiërs 10:13 - U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn.
Dat geldt dus ook voor Job. Daarnaast was Job ook wel een extreem geval die als voorbeeld werd gezet voor ons allemaal.
Ik loop misschien iets vooruit op de studie, maar God zorgt er voor dat Job uiteindelijk veel beter af is als dat hij voor de beproeving was.
En nog even over dat lijden:
Mat 13:24 Hij hield hun een andere gelijkenis voor: ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een mens die goed zaad op zijn akker uitzaaide. 25 Terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand onkruid tussen het graan zaaien en vertrok weer. 26 Toen het jonge gewas opschoot en vrucht begon te dragen, kwam ook het onkruid tevoorschijn. 27 De knechten kwamen de heer des huizes vragen: “Heer, hebt u soms geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dat onkruid dan vandaan?” 28 Hij antwoordde: “Dat is het werk van een vijand.” De knechten zeiden tegen hem: “Wilt u dat wij er het onkruid tussenuit wieden?” 29 Hij antwoordde: “Nee, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan lostrekken. 30 Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, dan zal ik, wanneer het oogsttijd is, tegen de maaiers zeggen: ‘Wied eerst het onkruid, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het. Breng dan het graan bijeen in mijn schuur.’”’
Let er op dat in deze vergelijking duidelijk naar voren komt dat God niet verantwoordelijk is voor het lijden, maar de duivel. Veel mensen (ook veel Christenen) denken namelijk dat God straft en lijden brengt wanneer we zondigen. Dit is niet zo, Jezus is al gestraft voor al onze zonden en een overtreding van de wet kan nooit twee keer bestraft worden!
Dat terzijde, God laat het lijden toe omdat als Hij het kwaad (onkruid) zou uitroeien, Hij alle (niet-Christelijke) mensen uitroeit! Dit betekent dus dat je ongelovige moeder, oom of neef geen kans meer heeft om te bekeren.
Pas wanneer alle mensen 'gezegeld' zijn (wanneer iedereen zijn keuze heeft gemaakt tussen God en satan) komt de oogsttijd.
Wijze woorden van Mike...
Maar dan nog blijft de vraag... God is almachtig... dus God zou best precies zo kunnen wieden dat alleen het onkruid eruit gaat en het graan blijft stan ;)
Wat ik op zich wel een mooie vond is: God doet niet wat wij (de mens) kunnen. God doet alleen wat wij niet kunnen.
Een goed voorbeeld is denk ik honger. Wij kunnen geen graan laten groeien of koeien geboren laten worden enzo dat moet God doen. Vervolgens kunnen wij er echter voor zorgen dat dat voedsel op de juiste plekken komt.
Er is namelijk meer dan genoeg voedsel op de aarde voor iedereen. Alleen is het oneerlijk verdeeld. Het rijke westen heeft veel te veel voedsel, terwijl de ontwikkelingslanden te kort hebben.
Die ik recent hoorde, maar ik weet niet meer van wie (misschien waren jullie er ook wel bij)
Haha die laatste zin stond eerst ergens anders. Ik wilde zeggen dat ik hem recent gehoord had, maar niet meer wist van wie. Dus wie weet hebben jullie hem ook wel gehoord.
Nog even iets heel anders (niet zo heel christelijk ;) ). In job 3:8 hebben ze het over de leviatan... Die zit ook in Pirates (daar noemen ze hem vaak The Kracken en soms Leviatan ;) ).
"Maar dan nog blijft de vraag... God is almachtig... dus God zou best precies zo kunnen wieden dat alleen het onkruid eruit gaat en het graan blijft stan ;)"
Haha, God kan alles zoals je zegt, dus ook dat. Maar dat betekent dus dat God jouw moeder, oom of neef veroordeeld op basis van een leven wat ze niet hebben geleefd.
Voor degenen die mij nog niet kennen, ik ben Mike (vriend van Femke).
Tjonge, nog eentje van mij...
F1 dat ben ik :S (op internet heb ik mezelf ooit zo genoemd, dat zit er een beetje ingebakken :P )
Overigens als ik Job 6:4 lees dan gaat Job er in ieder geval wel vanuit dat God degene is die hem zo pijnigt...
Ja en zijn vrienden ook. Die vrienden van Job leggen de oorzaak ook nog bij het zondigen door Job.
Blijkbaar was deze levensvisie ook al in het leven voor de komst van de wet...
Jezus en de apostelen gaan hier zo veel op in in het NT. Blijkbaar probeerden de Joden in het OT/NT en Job de hemel te bereiken door perfect te leven, ofwel geen enkele wet te overtreden. Ze realiseren zich niet dat de wet er alleen is om te laten zien wat zondigen is.
Het als levensdoel zien om de wet te naleven werkt niet. Als je van God houdt ga je je vanzelf aan de wet houden. Helaas zien de Joden God niet op de liefdevolle manier..
Ik zag die vergelijking overigens altijd anders...
Ik zag het graan altijd als alle christenen en het onkruid als alle niet-christenen.
En dat het oogsten + verbranden van het onkruid dan ging over het laatste oordeel...
Ik zie de vergelijking hetzelfde als jij dat doet.
Jij en ik waren eerst ook onkruid, en als God dat dus 10 jaar eerder had verwijderd, waren wij ook niet gered geweest.
En v.w.b. het oordeel, binnenkort als alle mensen gezegeld zijn komt Jezus om met ons 1000 jaar te regeren hier op aarde. "In een oogwenk" zullen onze lichamen veranderen, en de niet-Christenen zullen dood gaan. Na de 1000 jaar zullen de niet-Christenen worden opgewekt en samen met satan het "nieuwe Jeruzalem" aanvallen. Dan zal God zijn oordeel uitvoeren. Maar dat betekend wel dat het oordeel al is gemaakt als Jezus komt.
Maar dat zegt mike toch ook?? if is het nu gewoon heel laat en lees ik het allemaal verkeerd? :P
Leuk dat je meedoet Mike!!:) Je lijkt goed op de hoogte! :P
En dan vind ik het allemaal wel leuk dat God het uiteindelijk het beste weet ik ik nu misschien vanuit emotie reageer, maar satan daagt God als het ware uit met de woorden "Zou Job werkelijk zonder reden zoveel ontzag voor God hebben?? U beschermthem immers, evenalszijn gezin en alles wat hem toebehoort. U hebt het werk dat hij doet gezegend, zodat zijn bezit zich steeds meer uitbreidt. Maar als u uw gand naar hem uitstrekt en aantast wat hem toebehoort, zal hij u ongetwijfeld in uw gezicht vervloeken". En alsof God iets te bewijzen heeft, handigt hij zo zijn kind over aan satan die dus blijkbaar mag doen met heb wat hij wil. Hij mag/is uiteindelijk net niet dood, maar leeft als ik het zo lees maanden in wanhoop nadat hij alles heeft verloren, zelfs de tegenwoordigheid van God zelf.
By the way, denk niet dat ik tegen God ben ofzo :P Ik vertrouw compleet op Hem en Hij is echt het allerbeste wat ik mij heb kunnen wensen. Ik hou er alleen van om een discussie op gang te brengen in plaats van een fijne christelijke post te plaatsen :P
Maar alsnog begrijp ik sommige dingen idd niet, net als dat goed alle niet-christenen zou verbranden bij het laatste oordeel. God houdt zooooooooooooooo veeeeeeeeeeeeel van alle mensen. Stel je voor dat jij een kind hebt, dan zeg je ook niet 'Je hebt nog een week de tijd om mij het gevoel te geven dat je van me houdt, anders verbrand ik je'(dat heb ik weer lekker cru neergezet :P) God's liefde is perfect en 10 keer groter dan dat wij ooit van onze eigen kinderen zouden kunnen houden. Zou God het dan ok vinden dat onze kans verkeken is nadat ons leven voorbij is??
Ook srry voor mijn lange post :P Ik moet over 5 uur weer opstaan, dus ik ga naar bed!
Liefde
"Dat terzijde, God laat het lijden toe omdat als Hij het kwaad (onkruid) zou uitroeien, Hij alle (niet-Christelijke) mensen uitroeit! Dit betekent dus dat je ongelovige moeder, oom of neef geen kans meer heeft om te bekeren."
Ik interpreteerde deze zin verkeerd denk ik... (als ik hem nu terug lees, begrijp ik hem wel)...
Ik dacht dat Mike hier probeerde te zeggen dat de niet-christelijk mensen gesymboliseerd worden door het graan.
Omdat hij schrijft als het onkruid wordt weggehaald gaan de niet christelijke mensen ook dood (het graan), maar volgens mij bedoelt Mike hier dat de niet-christelijke mensen (wat een lange term :S) onderdeel van het onkruid zijn en dus ook dood gaan.
Kortom ik had de zin verkeerd geïnterpreteerd.
Dan wat betreft de liefde... Zoals jij het nu schrijft (en dat weet je zelf ook wel ;)), zou het dus niet uitmaken wat je doet, iedereen wordt toch gered, want God houdt van iedereen.
Dus waarom zou je je nog bekommeren om God of andere mensen, waarom zou je niet gaan stelen, moorden of overspel plegen totdat je voor God's troon staat en God zegt: "Ik hou van jou, dus je mag in het eeuwige paradijs komen wonen"
God liefde is inderdaad oneindig... hij kan en wil alles vergeven... maar je moet dat cadeau wel aanvaarden (door zijn Zoon Jezus als Heer aan te nemen).
God heeft een aantal regels... Een daarvan is dat je niet bij hem kunt komen als je onrechtvaardig bent. En dat zijn we allemaal. Dus kunnen we allemaal niet bij God komen en dus niet straks in zijn nabijheid regeren over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Maar gelukkig is er een oplossing, die ons rechtvaardigt, en dat is Jezus. Moet je dus wel in hem geloven ;).
Korte samenvatting:
Jezus is de weg, de waarheid en het leven, niemand komt tot de Vader dan door hem.
Even vanuit een ander perspectief: het onkruid kan er ook om de volgende reden tussen blijven; het veroorzaakt 'wrijving', 'struggle', 'uitdaging'. Er is een reden waarom mensen in een afkickkliniek na de eerste paar weken niet meer in hun eentje op een kamer worden gezet, simpelweg omdat de leiding de confrontatie wil aanwakkeren. Men wíl dat er een beetje 'geworsteld' wordt tussen de kamergenoten, omdat alleen je alleen dán met jezelf geconfronteerd wordt. (of dat is de theorie tenminste)
Een reactie posten